Quran with Dutch translation - Surah Yusuf ayat 69 - يُوسُف - Page - Juz 13
﴿وَلَمَّا دَخَلُواْ عَلَىٰ يُوسُفَ ءَاوَىٰٓ إِلَيۡهِ أَخَاهُۖ قَالَ إِنِّيٓ أَنَا۠ أَخُوكَ فَلَا تَبۡتَئِسۡ بِمَا كَانُواْ يَعۡمَلُونَ ﴾
[يُوسُف: 69]
﴿ولما دخلوا على يوسف آوى إليه أخاه قال إني أنا أخوك فلا﴾ [يُوسُف: 69]
Salomo Keyzer En toen zij in tegenwoordigheid van Jozef kwamen, ontving hij zijnen broeder Benjamin als zijn gast en zeide: Waarlijk, ik ben uw broeder; wees dus niet bedroefd om hetgeen zij tegen mij hebben bedreven |
Sofian S. Siregar Toen zij bij Yôesoef binnenkwamen, nam hij zijn broeder (Benyamin) met zich mee naar zijn plaats, en zei: "Voorwaar, ik ben jouw broeder, treurt daarom niet over wat zij plachten te doen |
Van De Taal En toen zij Jozef bezochten, huisvestte deze zijn broeder bij zich. En hij zeide: 'Ik ben uw broeder, treur daarom niet over hetgeen zij hebben gedaan |