Quran with Dutch translation - Surah Al-Qamar ayat 29 - القَمَر - Page - Juz 27
﴿فَنَادَوۡاْ صَاحِبَهُمۡ فَتَعَاطَىٰ فَعَقَرَ ﴾
[القَمَر: 29]
﴿فنادوا صاحبهم فتعاطى فعقر﴾ [القَمَر: 29]
Salomo Keyzer Zij riepen hunnen makker, en hij nam een zwaard en doodde haar |
Sofian S. Siregar Zij riepen toen hun metgezel, die overmoedig werd en (haar) slachtte |
Van De Taal Maar zij riepen hun metgezel, deze nam het (kameel) en verlamde het |